Onze publicaties

Het iFORi Innovatierapport 2004:
De effecten van het Vlaams innovatiebeleid (2004)

HR & innovatie - Innovatie steunt op degelijk HR-beleid (2003)


Het iFORi Innovatierapport 2004

“De effecten van het Vlaams innovatiebeleid”

enquête bij 271 Vlaamse KMO’s over innovatiepromotie
en -ondersteuning door Vlaamse overheidsinstanties

Hier onder de meest opmerkelijke vaststellingen

Klik hier om het volledige innovatierapport te bekijken.


Lees hier de 4 meest opmerkelijke vaststellingen:

VASTSTELLING 1: innovatie in Vlaanderen heeft geen gezicht

Ondanks aanzienlijke communicatiebudgetten (2) slagen innovatie-instanties er niet in binnen de doelgroep van KMO’s naambekendheid te genereren. Innovatie in Vlaanderen heeft geen gezicht.

  • 60% van de ondervraagden kan niet spontaan een instantie opnoemen die zich bezighoudt met innovatie(ondersteuning)

Aan 271 KMO’s werd de vraag voorgelegd om spontaan één of meerdere instanties op te noemen die zich bezighouden met innovatie(ondersteuning). Zowat 60% van de ondervraagden moest het antwoord hierop schuldig blijven en kon geen enkele instantie uit eigen beweging vermelden.
Amper 55 KMO’s vermeldden het IWT en 16 van hen de GOM. WTCM en WTCB samen werden ook door evenzoveel KMO’s spontaan genoemd.


Wanneer in tweede instantie gevraagd wordt of zij verschillende, door de onderzoeker bij naam genoemde instanties, kennen zijn de resultaten al even verrassend.

  • 63% van de ondervraagden heeft nog nooit van het IWT gehoord of kent haar enkel van naam
  • slechts 12% kent het IWT en geeft ook aan te weten wat zij concreet doet
63% van de KMO’s blijkt het IWT helemaal niet te kennen of slechts van naam. De GOM’s (2) scoren hier beter aangezien bij het horen van de naam (slechts) 42% beweert de GOM helemaal niet te kennen of slechts van naam. Bovendien kent 38% van de ondervraagde de GOM niet alleen van naam maar weet ook perfect welke taken zij verrichten, terwijl slechts 12% van alle ondervraagden ook lijkt te weten wat het IWT effectief doet.


Innovatie-instanties hebben dus dringend nood aan naambekendheid (branding) en –associatie.

VASTSTELLING 2: 1 + 1 = 3: samenwerking loont maar wordt niet beloond

De doelgroep van de Vlaamse innovatie-instanties is de individuele KMO, nochtans blijkt het innovatiepotentieel veel groter te zijn bij samenwerkende KMO’s.
Uit het iFORi Onderzoek blijkt duidelijk dat KMO’s een veel hogere innovatiegraad halen wanneer ze samenwerken met andere ondernemingen.

Dergelijke ‘samenwerkende’ KMO’s:

  • gaan meer nieuwe producten/ productieprocessen ontwikkelen.
  • gaan ook veel sneller nieuwe producten/ productieprocessen ontwikkelen: het merendeel van deze
    ondernemingen is van plan om binnen de 5 jaar nog innovatieprojecten op te starten, terwijl het merendeel van de individuele KMO’s minstens 6 jaar wachten;
  • investeren meer in onderzoek en ontwikkeling;
    beschermen hun producten veel beter aangezien zij vlugger een octrooiaanvraag indienen;
  • zijn ook beter op de hoogte van subsidieregelingen en krijgen vaker een subsidie toegewezen;
  • gaan meer beroep doen op extern innovatieadvies.

Dus: samenwerking loont !
… maar wordt niet beloond.


De vaststelling is anderzijds dat, in tegenstelling tot Europa, de Vlaamse overheid in haar subsidieregeling van de samenwerking zelden of nooit criterium maakt om als KMO in aanmerking te komen voor (meer) subsidies.
De toekenning van subsidies afhankelijk maken van de voorwaarde dat de KMO samenwerkingsverbanden opzet met derden, creëert weliswaar een extra drempel doch waarborgt een veelvuldige en snellere innovatie-inspanning binnen deze KMO.

VASTSTELLING 3: innovatieadvies werkt

  • 30% meer kans dat de KMO ook effectief nieuwe of gewijzigde producten/ productieprocessen ontwikkelt

93% van de ondernemingen die advies gekregen heeft rond innovatie, heeft ook effectief nieuwe of gewijzigde producten/ productieprocessen ontwikkeld. Dit is 30% meer dan de ondernemingen die geen innovatieadvies gekregen hebben (70%).

  • 50% meer kans dat de KMO ook effectief overheidssteun krijgt voor zijn innovatieprojecten

82% van de KMO’s die geen financiële overheidssteun gekregen heeft voor hun innovatieprojecten, kreeg ook geen advies rond innovatie. Er bestaat dus een lineair verband tussen het krijgen van overheidssteun en advies rond innovatie.

VASTSTELLING 4: een tevreden klant = een vaste klant
VASTSTELLING 4: een ontevreden klant = een verloren klant

De overgrote meerderheid (90%) van de ondervraagde KMO’s die een subsidie ontvangen heeft, was tevreden over de informatie en ondersteuning die ze gekregen heeft. 82% van hen zal in de toekomst opnieuw een beroep doen op deze instantie bij nieuwe innovatieprojecten.
Maar toch moeten we opmerken dat 1 op 2 ondervraagde ondernemingen die niet tevreden waren over de instantie op wie ze beroep hebben gedaan voor financiële steun resoluut ‘nee’ antwoordden op de vraag of ze in de toekomst nog een beroep zouden doen op deze instantie. Het correct afgehandeld zien van het dossier, informatie & communicatie blijken hier belangrijk aspecten te zijn.

 


1. Exacte cijfers ter zake zijn niet bekend doch navraag bij het IWT zelf leert dat deze dienen gesitueerd te worden in de orde van 125.000 à 370.000 EUR op jaarbasis.
2. Hier werd een controlevraag ingevoerd door zowel “de GOM’s” expliciet te vermelden alsook “de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij”. Voor beiden blijkt het resultaat sterk gelijklopend te zijn.




HR & innovatie
Innovatie steunt op degelijk HR-beleid (2003)

Bernard Gravez schreef in opdracht van Kluwer Uitgevers het boek "HR & innovatie - Innovatie steunt op degelijk HR-beleid " (ISBN: 9058529150).

Aanleiding voor dit boek was de vaststelling dat vandaag de dag meer en meer belang wordt gehecht aan de Human Resource-aspecten van innovatie. De bewustwording groeit dat innovatie steunt op een degelijk HR-beleid, maar welke rol is hier dan weggelegd voor de HR manager zelf? Kan en mag hij hierin wel een actieve(re) rol spelen?

Los daarvan dient de HR manager bij de uitwerking van een innovatiestrategie een aantal fundamentele beleidsopties voor ogen te houden, opties die zijn opdracht in belangrijke mate bepalen. Finaal tracht de auteur ook stil te staan bij een aantal concrete aspecten waar de HR manager in de praktijk mee geconfronteerd kan worden.

Hier vindt u de volledige inhoudstafel.

"HR & innovatie" werd in 2003 uitgegeven door Ced.Samsom in de reeks HRM-themaboeken en kost €50,27 excl. BTW.


Mocht het boek uw interesse wegdragen dan kan u het ook rechtstreeks bestellen bij iFORi“. Wij vragen u desgevallend ons volgend bestelformulier volledig ingevuld en ondertekend te willen terugfaxen (+32 9 231 63 71) en een bedrag van € 53,29 (incl. BTW) per exemplaar over te schrijven:

  • voor binnenlandse betalingen op rekeningn° 290-0504400-21 Fortis Bank
  • voor buitenlandse betalingen op rekeningn° BE17-2900-5044-0021 Bank Identifier Code: GEBABEBB

op naam van iFORi bvba met vermelding “bestelling HR & innovatie”.
Nadat wij uw betaling ontvangen hebben sturen wij u het aantal bestelde exemplaren toe via gewone post tezamen met de hierop betrekking hebbende factuur.


Naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek heeft Bernard Gravez ook opgetreden als spreker tijdens het seminarie “HRM-Innovatie? Een degelijk HR-beleid als onmisbare basis” (Kluwer Opleidingen – 4 december 2003) waarover u hier meer informatie kan terugvinden.