Blog

Op 24 mei 2019 werd de Wet houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Daarmee werd de aftelklok gestart naar het einde van de contractvrijheid zoals die in het Belgische recht al sinds Napoleon bestond. Deze Wet zal een einde maken aan een eeuwenoud principe dat tussen ondernemingen haast alles kan bedongen worden.

Armageddon

Een drieluik

De Wet bestaat uit drie delen die op verschillende ogenblikken in werking zullen treden. Een eerste deel betreffende marktpraktijken zal in september 2019 van kracht gaan, de regels inzake mededinging zullen op 1 juni 2020 in werking treden en uiteindelijk zal op 1 december 2020 het deel over onrechtmatige bedingen in werking treden.

Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen

Het eerste deel handelt over oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. De Wet voert naast het reeds bestaande algemene verbod op oneerlijke marktpraktijken tegenover ondernemingen, een uitdrukkelijk verbod op misleidende en agressieve marktpraktijken in.
Zo erkent de Wet nu expliciet dat ondernemingen, net zoals consumenten, door misleiding of door agressieve praktijken een overeenkomst kunnen sluiten. De Wet voert een lijst met elementen in waarover de onderneming misleid kan worden. De misleidende omissie (met andere woorden het misleidend weglaten van informatie) tegenover ondernemingen wordt ook verboden. Wat eveneens nieuw is, is een algemeen verbod op agressieve marktpraktijken tegenover ondernemingen, waar er vroeger slechts enkele agressieve handelingen uitdrukkelijk verboden waren.
Hoewel de bepalingen met betrekking tot consumenten uitgebreider zijn, zullen ondernemingen niet langer automatisch als even sterke partijen gezien worden wat een groot verschil is met het huidige recht. De Wet erkent dat een onderneming een zwakkere partij kan zijn en zoekt hen extra te beschermen om enige wanverhoudingen recht te trekken.

Regels inzake mededinging

Ook in de regels inzake mededinging voert de wetgever wijzigingen door met het oog op het beschermen van ondernemingen die zwakker staan dan hun contractpartij. Zo wordt het begrip “positie van economische afhankelijkheid” ingevoerd waarmee de wetgever ondernemingen bedoelt die onderworpen zijn aan andere ondernemingen omdat ze ofwel geen redelijk en evenwaardig alternatief hebben dan te contracteren met die ondernemingen, ofwel niet binnen een redelijke termijn en onder redelijke voorwaarden en kosten met een ander kunnen contracteren.
De positie van economische afhankelijkheid is, net zoals de machtspositie, op zich niet verboden, maar het verhoogt de graad van voorzichtigheid die de sterkere partij moet hanteren in zijn handelen met de zwakkere partij. Zo is het algemeen verboden misbruik te maken van een onderneming zijn positie van economische afhankelijkheid en heeft de wetgever een lijst van handelingen opgenomen die kunnen wijzen op een dergelijk misbruik.
Ook kan een geldboete tot 2% van de omzet van de misbruiker worden opgelegd met een dwangsom bij het misbruik van een positie van economische afhankelijkheid.

Noot: De wetgever heeft echter reeds boek IV vervangen bij Wet van 2 mei 2019, waardoor de omzetting van deze bepaling eigenlijk niet meer mogelijk is. Deze bepalingen van dit deel zouden normaal gezien op 1 juni 2020 in werking treden, maar de artikelen die volgens de Wet van 4 april 2019 moeten vervangen worden in boek IV WER bestaan niet meer en er zijn daarnaast enkele verwijzingen naar artikels die ook niet meer kloppen. De wetgever heeft dit probleem wel ingezien, maar heeft besloten het probleem door te schuiven naar de Koning die dit via coördinatie van boek IV maar moet zien op te lossen. Het staat dus nog geenszins vast hoe het nieuwe boek IV van het WER er uiteindelijk zal uitzien.

De onrechtmatige bedingen

Het laatste deel dat op 1 december 2020 in werking zal treden, is het deel dat de grootste ogen laat trekken. Zo zullen in de toekomst bedingen die een kennelijk onevenwicht scheppen tussen de rechten en de plichten van de partijen onrechtmatig en bijgevolg ook nietig zijn. Een beding kan daarnaast ook onrechtmatig zijn omdat het onduidelijk of onbegrijpelijk is. Waarschijnlijk beoogt de wetgever hier niet dezelfde standaard van begrijpelijkheid als de standaard die in het consumentenrecht geldt, maar toch zal dit menig onderneming die vaak zeer technische contracten sluit onrustig maken.
Naast een catch-all bepaling, voegt de wetgever een zwarte lijst van 4 bedingen in die altijd als onrechtmatig beschouwd moeten worden en een grijze lijst van 8 bedingen die vermoed worden onrechtmatig te zijn, maar waarbij het tegendeel kan bewezen worden. Wederom is de lijst niet even uitgebreid als bij consumenten, maar de schok zal enorm voelbaar zijn.
Zo staat bijvoorbeeld in de grijze lijst dat bedingen die zonder tegenprestatie het economisch risico bij de andere partij leggen vermoed worden onrechtmatig te zijn evenals exoneraties voor zware fout. Dat waar dergelijke bedingen altijd als perfect geldig werden beschouwd en de enige optie voor de andere partij was om zich trachten te beroepen op rechtsmisbruik.De Koning heeft ook de optie om op gemeenschappelijke voordracht van de ministers van Middenstand en Economie de zwarte en grijze lijst uit te breiden.
Deze regels zullen wel enkel van toepassing zijn op overeenkomsten die na de inwerkingtreding gesloten, hernieuwd of gewijzigd worden.

Deze regels zullen wel enkel van toepassing zijn op overeenkomsten die na de inwerkingtreding gesloten, hernieuwd of gewijzigd worden.

 

Heeft u vragen over de nieuwe Wet inzake van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen, aarzel dan niet om ons te contacteren!

17 oktober 2019